Schending (in zoverre het de bevoegdheid van de vrederechter niet uitbreidt tot de vordering ingesteld door de overnemer van een schuldvordering die in handen was van een elektriciteits- of gasleverancier en die betrekking had op de betaling, door een natuurlijke persoon die geen onderneming is als bedoeld in art. 573, eerste lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, van een geldsom die verschuldigd is voor de levering van gas of elektriciteit)
Trefwoorden
Gerechtelijk recht - Bevoegdheid van de rechtscolleges - Volstrekte bevoegdheid - Vrederechter - Vorderingen betreffende de invordering van een geldsom (ongeacht het bedrag ervan) die zijn ingesteld tegen een natuurlijke persoon omdat deze in gebreke blijft een levering van nutsvoorziening te betalen - Vordering ingediend door een derde aan wie een elektriciteit- of gasleverancier zijn schuldvordering zou hebben overgedragen