Geen schending (art. 246, § 2, en 504bis, § 2, van het Strafwetboek) - Geen schending (art. 20, tweede lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, in zoverre het een verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening in verdenking zijn gesteld door een onderzoeksrechter en, anderzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening het voorwerp hebben uitgemaakt van een nominatieve vordering tot gerechtelijk onderzoek of van een nominatieve klacht met burgerlijke partijstelling) - Schending (art. 20, tweede lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, in zoverre het een verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening in verdenking zijn gesteld door een onderzoeksrechter en, anderzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening door de raadkamer zijn verwezen naar de correctionele rechtbank of rechtstreeks voor de strafrechter ten gronde zijn gedagvaard)
Trefwoorden
Strafrecht - 1. Misdrijven - Actieve corruptie, publiek en privaat - Interpretatieve wet - 2. Strafrechtspleging - Verval van de strafvordering - Rechtspersoon - Gevolgen van het verlies van de rechtspersoonlijkheid