Schending (art. 1479, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het bepaalt dat de geldigheidsduur van de maatregelen die ingevolge de beëindiging van de wettelijke samenwoning gerechtvaardigd zijn en die worden bevolen door de familierechtbank, niet langer dan één jaar mag bedragen) - De eerste prejudiciële vraag, in het eerste onderdeel ervan, en de tweede prejudiciële vraag behoeven geen antwoord