Schending (art. 219, zevende lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in zoverre de niet-toepassing van de afzonderlijke aanslag wordt beperkt tot de gevallen waarbij de verkrijger van het voordeel van alle aard enkel binnen 2 jaar en 6 maanden ondubbelzinnig werd geïdentificeerd en niet van toepassing is op de gevallen waarbij de verkrijger buiten die termijn op een ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd, maar binnen de wettelijke aanslagtermijnen effectief werd belast)
Trefwoorden
Fiscaal recht - Inkomstenbelastingen - Vennootschapsbelasting - Berekening van de belasting - Afzonderlijke aanslagen - Geheime commissielonen - Aanslag