Arrest 155/2019

Datum van uitspraak
24/10/2019
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.155
Rolnummers
7035
Beschikkend gedeelte
1. Schending (art. 34, 36 en 37bis, §§ 1 en 2, van de arbeidsongevallenwet, in die interpretatie dat de vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid die verschuldigd is aan een werknemer die een arbeidsongeval heeft tijdens de uitvoering van zijn deeltijdse arbeidsovereenkomst en die daarnaast bij een andere, voltijdse arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld, overeenkomstig artikel 37bis, § 1, uitsluitend wordt vastgesteld met inachtneming van het loon dat hem krachtens zijn deeltijdse arbeidsovereenkomst verschuldigd is) 2. Geen schending (art. 34, 36 en 37bis, §§ 1 en 2, van de arbeidsongevallenwet, in die interpretatie dat de vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid die verschuldigd is aan een werknemer die een arbeidsongeval heeft tijdens de uitvoering van zijn deeltijdse arbeidsovereenkomst en die daarnaast bij een andere, voltijdse arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld, overeenkomstig de artikelen 34 en 36, § 1, van die wet moet worden vastgesteld met inachtneming van het loon dat hem krachtens zijn deeltijdse arbeidsovereenkomst verschuldigd is, aangevuld met een hypothetisch loon zoals bepaald bij artikel 36, § 1)
Trefwoorden
Sociaal recht - Sociale zekerheid - Arbeidsongevallen - Schadeloosstelling - Vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid - Berekeningsgrondslag - In aanmerking te nemen basisloon - Cumulatie van arbeidsovereenkomsten - Verschillen in behandeling naargelang het arbeidsongeval plaatsvond tijdens een voltijdse of een deeltijdse tewerkstelling, en naargelang het een cumulatie van een voltijdse en een deeltijdse tewerkstelling of van verschillende deeltijdse tewerkstellingen betreft
Lees het arrest (PDF)