Schending (art. 203, § 1, van het Wetboek van strafvordering, in samenhang gelezen met art. 204 van hetzelfde Wetboek, in zoverre het, wanneer de procureur des Konings tussen de twintigste en de dertigste dag van de beroepstermijn hoger beroep instelt tegen een op tegenspraak gewezen vonnis, voor de beklaagde niet voorziet in eenzelfde bijkomende termijn) - Handhaving van de gevolgen voor de definitieve rechterlijke beslissingen op tegenspraak die gewezen zijn vóór van de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad - De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord
Trefwoorden
Strafrecht - Strafrechtspleging - Hoger beroep tegen correctionele vonnissen - Vergelijking met de situatie van het openbaar ministerie en die van de beklaagde