1. Geen schending (artikelen 182, eerste lid, en 187, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007)
2. Schending (artikel 187, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007, in samenhang gelezen met artikel 100 van het Strafwetboek, in zoverre het van toepassing is op de weigering of het verzuim zich te gedragen naar een ministerieel besluit dat, genomen met toepassing van artikel 182, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007, dringende maatregelen inhoudt om de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 te beperken, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het de rechter die bevoegd is om kennis te nemen van de misdrijven die het invoert, niet toestaat om rekening te houden met verzachtende omstandigheden ten aanzien van de feiten die bij hem aanhangig zijn gemaakt)
3. Geen schending (artikel 187, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007, in zoverre het de persoon die verzuimt zich te gedragen naar de ministeriële maatregelen die met toepassing van artikel 182, eerste lid, van dezelfde wet zijn genomen, op dezelfde wijze behandelt als de persoon die weigert zich naar die maatregelen te gedragen)
4. De derde prejudiciële vraag is onontvankelijk
Trefwoorden
Civiele veiligheid - Dreigende omstandigheden - Bescherming van de bevolking - Maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van COVID-19 - 1. Machtiging aan de minister - 2. Vervolgingen en sancties - Verzachtende omstandigheden