- Schending (artikel 21, § 3, tweede en derde lid, van de wet van 13 juni 1966, in de interpretatie volgens welke het geheel van de onverschuldigde IGO-prestaties kan worden teruggevorderd door de uitbetalingsinstelling voor zover zij de vordering tot terugbetaling instelt binnen een termijn van zes maanden of drie jaar te rekenen vanaf de kennisgeving die haar wordt gedaan van de beslissing waarbij het buitenlands voordeel wordt toegekend of verhoogd)
- Geen schending (dezelfde bepaling, in de interpretatie volgens welke, wanneer de uitbetalingsinstelling de vordering tot terugbetaling instelt binnen zes maanden of binnen drie jaar volgend op de kennisgeving die haar wordt gedaan van de beslissing waarbij het buitenlandse voordeel wordt toegekend of verhoogd, de uitbetalingsinstelling de IGO-prestaties die meer dan zes maanden of meer dan drie jaar vóór die kennisgeving ten onrechte zijn uitbetaald niet kan terugvorderen)