Geen schending (artikel 6 van de wet van 25 juni 1998, in samenhang gelezen met artikel 235bis van het Wetboek van strafvordering, in zoverre het de kamer van inbeschuldigingstelling bevoegd maakt om de regelmatigheid te controleren van een gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister wordt gevoerd, rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.13.2)
Trefwoorden
Strafrechtspleging - Ministers - Voorrang van rechtsmacht - Controle van de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek - Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling