Arrest 117/2025

Datum van uitspraak
18/09/2025
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.117
Rolnummers
8252, 8255, 8256
Beschikkend gedeelte
- Vernietiging (artikel 2, § 1, 13°/1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij artikel 33, 7°, van de programmawet van 22 december 2023, in zoverre het de betrokken belastingplichtige niet in staat stelt het bewijs te leveren dat het feit dat derden voor minder dan 50 % in een instelling voor collectieve belegging participeren, niet op een louter fiscaal motief berust, en dat de betrokken instelling voor collectief beheer bijgevolg geen juridische constructie of tussenconstructie is) - Vernietiging (artikel 5, § 3, eerste lid, c), van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoerd bij artikel 34, 8°, van de programmawet van 22 december 2023, in zoverre het voor de oprichter niet in de mogelijkheid voorziet om aan te tonen dat de inkomsten van de juridische constructie ten aanzien van een niet-binnenlandse vennootschap worden belast met toepassing van de CFC-regels die analoog zijn aan die waarin is voorzien in artikel 185/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, en bijgevolg te worden vrijgesteld) - Vernietiging (artikel 5/1, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoerd bij artikel 34, 9°, van de programmawet van 22 december 2023) - Vernietiging (artikel 18, eerste lid, 3°/1, van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 35, 2°, van de programmawet van 22 december 2023, maar enkel in de mate waarin het tot gevolg heeft dat niet-uitgekeerde winst van een juridische constructie die door die constructie is gerealiseerd toen de natuurlijke of rechtspersoon die die juridische constructie heeft opgericht, nog niet, al naargelang het geval, zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin, dan wel zijn inrichting, zetel van bestuur of beheer in België had, belastbaar wordt) - Verwerping van de beroepen voor het overige
Trefwoorden
Fiscaal recht - Inkomstenbelastingen - Personenbelasting - Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen - Juridische constructies - Kaaimantaks 2.1 - « Substance »-uitsluiting - Exitheffingen - Tussenconstructies - Onderlinge samenhang tussen de CFC-regels en het stelsel van de kaaimantaks - Vermoeden in verband met het UBO-register - Vrijstelling van de meerwaarden op aandelen - « Fonds dédiés » - Uitkering van dividenden door vroegere juridische constructies
Lees het arrest (PDF)