Arrest nr. 96/2026 (Persbericht) Het Hof verwerpt grotendeels een aantal beroepen tegen de wet die het recht op werkloosheidsuitkeringen beperkt in de tijd, maar acht het discriminerend dat de « overgangsregeling » de duur van het recht op werkloosheidsuitkeringen van de meest langdurig werklozen beperkt tot minder dan de in de nieuwe regeling gangbare 12 maanden
De programmawet van 18 juli 2025 beperkt de toekenning van werkloosheidsuitkeringen tot een duur van 12 maanden, die met maximaal 12 bijkomende maanden kan worden verlengd op grond van het beroepsverleden van de gerechtigde. Bovendien wordt het recht op inschakelingsuitkeringen voor jonge werkzoekenden bij die wet ingekort van 36 tot 12 maanden. Ten slotte voorziet die wet in een « overgangsregeling » voor de werknemers die vóór 1 maart 2026 waren toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen. Bij het arrest van vandaag spreekt het Hof zich uit over vier van de zeven beroepen tot vernietiging die tegen die bepalingen zijn ingesteld.
Het Hof verwerpt die beroepen grotendeels. Het Hof oordeelt dat de beperking in de tijd van het recht op werkloosheidsuitkeringen op zich een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau van het recht op sociale zekerheid met zich meebrengt. Rekening houdend met verschillende maatregelen die de gevolgen ervan verzachten en met de budgettaire context, is die aanzienlijke achteruitgang evenwel redelijk verantwoord ten aanzien van de doelstellingen van de wetgever om de werkgelegenheidsgraad te verhogen en de houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel op lange termijn te waarborgen. De beperking in de tijd van het recht op werkloosheidsuitkeringen is dus niet strijdig met de grondwettelijke standstill?verplichting. Het Hof oordeelt op dezelfde manier over de inkorting van de duur van de inschakelingsuitkeringen. Daarentegen oordeelt het Hof met betrekking tot de « overgangsregeling » dat het discriminerend is dat de werknemers die het langst werkloos waren (namelijk die welke zich op 30 juni 2025 in de derde vergoedingsperiode bevonden), vanaf 1 juli 2025 nog slechts gedurende 9, 8 of 6 maanden recht hebben op werkloosheidsuitkeringen, terwijl de toekenningsduur onder de nieuwe regeling in beginsel 12 maanden bedraagt. Het Hof vernietigt de « overgangsregeling » in die mate.