Arrest nr. 91/2026 (Persbericht)
Het is ongrondwettig dat een beslissing waarbij een lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement wordt afgewezen wegens een onvoldoende aantal handtekeningen, niet kan worden betwist bij een rechtscollege
Het hoofdbureau van het Franse kiescollege heeft de voordrachtsakte van de kandidaten van een lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement afgewezen omdat voor die akte niet het vereiste aantal handtekeningen werd verzameld. Een kandidate betwist die beslissing bij de Raad van State. De Raad van State stelt vast dat noch hijzelf, noch een andere rechterlijke instantie bevoegd is om zich over een dergelijk beroep uit te spreken, en stelt aan het Hof een vraag over de grondwettigheid van het ontbreken van een rechterlijk beroep.
Het Hof oordeelt dat de Grondwet en een algemeen rechtsbeginsel toegang tot een rechter waarborgen voor elk geschil over een recht of een verplichting. Aangezien de beslissing van het collegehoofdbureau raakt aan iemands recht om zich kandidaat te stellen, moet ook die beslissing aan een rechterlijke instantie kunnen worden voorgelegd. Het ontbreken van een beroep bij een rechter is dus ongrondwettig. De wetgever moet uitmaken op welke wijze die ongrondwettigheid dient te worden verholpen.
Arrest nr. 89/2026 (Persbericht)
Het Hof vernietigt meerdere bepalingen van de wet die het beleid voor de verwijdering van vreemdelingen die illegaal op het grondgebied verblijven, versterkt en het stelt twee prejudiciële vragen aan het HvJ over de mogelijkheid om, in het geval van een pandemie, een medisch onderzoek aan vreemdelingen op te leggen met het oog op hun verwijdering
De wet van 12 mei 2024 voorziet in verschillende maatregelen om het beleid met betrekking tot de verwijdering van vreemdelingen die illegaal in België verblijven te versterken, waaronder (1) de mogelijkheid om een medisch onderzoek aan vreemdelingen op te leggen met het oog op hun verwijdering, (2) de invoering van een aantal situaties waarin de vreemdeling wordt vermoed te zijn ondergedoken, wat toelaat de termijn te verlengen waarbinnen de vreemdeling moet worden teruggestuurd naar de Staat die zijn asielaanvraag moet onderzoeken, (3) de verplichting voor de vreemdeling om aan de uitvoering van de terugkeer mee te werken en (4) alternatieven voor de detentie.
Meerdere verenigingen vorderen de vernietiging van die maatregelen.
Volgens het Hof is er twijfel over de bestaanbaarheid van het verplichte medisch onderzoek met het Europees Unierecht. Het stelt hierover dus vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ). Het Hof zal de betrokken kritieken later onderzoeken op basis van het antwoord van het HvJ.
Voor het overige spreekt het Hof enkele beperkte vernietigingen uit. Zo oordeelt het dat wanneer de vreemdeling niet aan de procedure meewerkt, maar wel op zijn verblijfplaats blijft, het vermoeden van onderduiken niet redelijk verantwoord is. Het Hof preciseert dat de verplichting om mee te werken aan de terugkeerprocedure in die zin moet worden geïnterpreteerd dat zij niet van toepassing is op de vreemdeling die een schorsend beroep tegen de terugkeerbeslissing heeft ingesteld en die dus voorlopig op het grondgebied mag blijven. Ten slotte had de wetgever in meer dan twee alternatieven voor de detentie moeten voorzien, en met name had hij moeten voorzien in de mogelijkheid om de vreemdeling te verplichten zijn identiteits- of reisdocumenten in bewaring te geven.
Arrest nr. 86/2026 (Persbericht)
Het Hof vernietigt de begrotingsbepalingen die voor 2025 in een subsidie voorzien voor de vzw « Casa legal », maar handhaaft de gevolgen ervan
De Orde van Vlaamse balies vordert de vernietiging van de begrotingsbepalingen die voor het jaar 2025 voorzien in een subsidie voor de vzw « Casa legal ». Die subsidie beoogt de ontwikkeling, bij wijze van een proefproject, van een alternatieve vorm van juridische bijstand, waarbij naast advocaten ook hulpverleners uit andere beroepsdisciplines (psychologen, maatschappelijk assistenten, enz.) worden betrokken. De wetgever wil op die manier beter tegemoetkomen aan de behoeften van rechtzoekenden die worden geconfronteerd met een verscheidenheid aan juridische en sociale problemen.
Het Hof vernietigt de bestreden bepalingen. Hoewel de wetgever een multidisciplinaire aanpak van juridische bijstand mag bevorderen, moet aan de toekenning van de subsidie een transparante procedure voorafgaan die, na een voorafgaande bekendmaking, de mogelijkheid biedt zich kandidaat te stellen en waarbij over de subsidiëring kan worden beslist na een vergelijking van de kandidaten. Om te vermijden dat de vzw « Casa legal » in financiële problemen komt, handhaaft het Hof evenwel de gevolgen van de vernietigde bepalingen, zodat de subsidie voor 2025 definitief verworven is.
Arrest nr. 82/2026 (Persbericht)
Het Hof vernietigt de Waalse decreetsbepalingen die aan ontwikkelaars van windturbineprojecten bijzonder strenge cumulatieve eisen opleggen wat betreft participatiedeelnames van burgers en lokale besturen in die projecten
Een Waals decreet van 29 april 2024 bevordert de participatie van burgers en lokale besturen bij windturbineprojecten. Allereerst moet de ontwikkelaar van een windturbineproject voorstellen doen waarbij burgers aan het project kunnen deelnemen voor minimaal 24,99 % en lokale besturen ook voor minimaal 24,99 %. Als het betrokken windturbineproject evenwel geen 24,99 % participatie van burgers en/of lokale besturen bereikt en het onverenigbaar is met een ander windturbineproject, geldt een nieuwe procedure: de voorkeur moet dan uitgaan naar het project met de grootste potentiële energieopbrengst of, in geval van projecten met een vergelijkbare potentiële energieopbrengst, naar het project met de grootste participatie van burgers en/of lokale besturen. Meerdere vennootschappen en verenigingen vorderen de vernietiging van die maatregelen.
Volgens het Hof zijn die bepalingen pertinent in het licht van de doelstellingen van de Waalse decreetgever, in het bijzonder het maatschappelijk draagvlak voor windturbineprojecten vergroten, zodat de energietransitie in hoog tempo wordt versneld en de klimaatverandering wordt bestreden. Niettemin oordeelt het Hof dat de combinatie van de bestreden bepalingen, die bindend zijn en in bijzonder hoge percentages voorzien, tot een onevenredige beperking van de vrijheid van ondernemen en van het vrije kapitaalverkeer leidt. Het Hof vernietigt bijgevolg de bestreden bepalingen.
Arrest nr. 79/2026 (Persbericht)
Het Hof verwerpt het vernietigingsberoep tegen het decreet van de Franse Gemeenschap dat de toegang tot het 7de jaar in het secundair kwalificatieonderwijs beperkt, behalve wat het gebrek aan een overgangsregeling betreft
Een programmadecreet van de Franse Gemeenschap van 11 december 2024 beperkt de toegang tot het zogenoemde 7TK (7de jaar in het technisch secundair kwalificatieonderwijs) en tot het zogenoemde 7BB (een van de twee types 7de jaar in het beroepssecundair onderwijs). Vanaf het schooljaar 2025-2026 is 7TK in beginsel voorbehouden aan leerlingen die niet reeds houder zijn van een kwalificatiegetuigschrift en 7BB aan diegenen die niet reeds houder zijn van het getuigschrift van hoger secundair onderwijs. Meerdere verenigingen vorderen de vernietiging van die maatregelen.
Het Hof oordeelt dat het beperken van de toegang tot 7TK en tot 7BB de fundamentele onderwijsrechten niet schendt. Die maatregelen zijn redelijk verantwoord, met name ten aanzien van het doel van de decreetgever om de betrokken leerlingen te heroriënteren naar onderwijsvormen die beter overeenstemmen met hun profiel, zoals het volwassenenonderwijs of opleidingen voor volwassenen. Aangezien leerlingen tijdens het 4de jaar secundair onderwijs in beginsel een keuze maken over hun oriëntering, is het Hof echter van oordeel dat het gebrek aan een overgangsregeling een onevenredige aantasting inhoudt van de rechtmatige verwachtingen van de leerlingen die tijdens het schooljaar 2024-2025 in het 4de, 5de of 6de jaar van het secundair kwalificatieonderwijs of in een van de 7de jaren van het beroepssecundair onderwijs (7BB of 7BC) waren ingeschreven. Het Hof vernietigt bijgevolg de bestreden bepalingen in zoverre zij niet in een overgangsregeling voorzien voor die leerlingen.
Arrest nr. 78/2026 (Persbericht)
Het Hof vernietigt meerdere bepalingen van de wet die voorziet in een procedure voor de toelating tot verblijf voor staatlozen, met name de twee grondvoorwaarden, namelijk de voorwaarde dat de betrokkene niet de nationaliteit van een andere Staat kan verwerven of herkrijgen en de voorwaarde dat de betrokkene eerder moet beschikken over een wettig verblijf van meer dan drie maanden of over een verblijf als kandidaat-vluchteling
De wet van 10 maart 2024 voert een procedure in voor de toelating tot verblijf voor staatlozen, dat zijn personen die de nationaliteit van geen enkele Staat bezitten. Verschillende verenigingen die vreemdelingen verdedigen, vorderen de gedeeltelijke vernietiging van de wet. Volgens hen worden diegenen die toelating tot verblijf wegens staatloosheid vragen, gediscrimineerd ten opzichte van kandidaat-vluchtelingen.
Het Hof aanvaardt meerdere van hun kritieken en vernietigt daarom een aantal bepalingen. Zo mag de wetgever niet vereisen dat de aanvrager niet de nationaliteit van een andere Staat kan verwerven of herkrijgen. Een persoon is immers staatloos wanneer hij geen nationaliteit bezit, ongeacht of hij al dan niet de nationaliteit van een andere Staat kan verwerven of herkrijgen. Evenmin mag worden bepaald dat de aanvraag tot verblijf wegens staatloosheid niet in overweging wordt genomen wanneer de aanvrager niet eerder beschikte over een wettig verblijf van meer dan drie maanden of over een verblijf als kandidaat-vluchteling. Het Hof oordeelt verder dat de aanvrager in beginsel mondeling moet worden gehoord tijdens de procedure. Volgens het Hof moet het vijfjarige verblijfsrecht als staatloze een aanvang nemen wanneer het vonnis tot erkenning van de status van staatloze definitief is geworden. Het Hof oordeelt tot slot dat een bewijs van de indiening van de aanvraag aan de aanvrager moet worden afgeleverd en dat hij in beginsel niet tijdens de procedure het land kan worden uitgezet. Het Hof verwerpt het beroep voor het overige.
Arrest nr. 72/2026 (Persbericht)
Het Hof vernietigt de Brusselse ordonnantie waarbij eigenaars van uitzonderlijke goederen, zoals het Stocletpaleis, verplicht kunnen worden om die occasioneel open te stellen voor het publiek
Op grond van een ordonnantie van 25 april 2024 kan de Brusselse Regering de verplichting opleggen om uitzonderlijke goederen, dat wil zeggen goederen die zijn ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, occasioneel open te stellen voor het publiek. De vennootschap die eigenaar is van het Stocletpaleis, waarvan de openstelling voor het publiek op basis van die ordonnantie zou kunnen worden opgelegd, vordert de vernietiging ervan.
Het Hof merkt op dat de bestreden ordonnantie een legitieme doelstelling van algemeen belang nastreeft, namelijk het recht op culturele ontplooiing waarborgen door het Brusselse erfgoed toegankelijker te maken voor het publiek. Het Hof oordeelt niettemin dat de ordonnantie geen billijk evenwicht tot stand brengt tussen, enerzijds, die doelstelling en, anderzijds, de bescherming van het eigendomsrecht en van het recht op eerbiediging van het privéleven van de eigenaar van het uitzonderlijke goed. Het Hof oordeelt onder andere dat de verplichte openstelling voor het publiek het gewoonlijke gebruik door de eigenaar van dat goed in aanzienlijke mate kan verstoren en zelfs onmogelijk kan maken en dat die openstelling ingrijpende gevolgen kan hebben voor het privéleven wanneer het goed bestemd is voor een louter privaat gebruik, in intieme kring, door de eigenaar en zijn naasten. Het Hof vernietigt bijgevolg de bestreden ordonnantie.
