2026
maart (12)
26/03/2026Beroep tot vernietiging
36/2026
Decreet van de Franse Gemeenschap van 7 december 2023 « tot wijziging van het decreet van 4 februari 2021 betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten » (artikelen 1 (3°, 5° en 10°), 60 en 87)
Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie
Rolnummer: 8295
Publiek recht - Media - Franse Gemeenschap - Verplichting om een bijdrage te leveren aan de audiovisuele productie - Uitgevers van niet-lineaire televisiediensten - Vennootschap naar Nederlands recht "Netflix International bv" - Mediadiensten die op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd
Persbericht
19/03/2026Prejudiciële vraag
35/2026
Gerechtelijk Wetboek (vijfde deel, titel III, hoofdstuk IV betreffende het uitvoerend beslag onder derden)
Schending (het ontbreken, in het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek, titel III, hoofdstuk IV, betreffende het uitvoerend beslag onder derden, van een bepaling die gelijkwaardig is aan artikel 1502 van hetzelfde Wetboek)
Rolnummer: 8599
Gerechtelijk recht - Uitvoerend beslag onder derden - Goederen die niet in beslag kunnen worden genomen - Recht om de onbeslagbaarheid te laten gelden - Deurwaardersexploot - Ontstentenis van de vermelding van de rechtsmiddelen en de termijnen
19/03/2026Prejudiciële vragen
34/2026
- Wet van 26 maart 1971 « op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging » (artikel 35septies, § 2, tweede lid, 3°, c))
- Decreet van het Vlaamse Gewest van 24 januari 1984 « houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer » (artikel 28quater, § 2, eerste lid, 2°, 2)
- Decreet van het Vlaamse Gewest van 24 januari 1984 « houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer » (artikel 28quater, § 2, eerste lid, 2°, 2)
Geen schending (artikel 35septies, § 2, tweede lid, 2°, b), van de wet van 26 maart 1971 en artikel 28quater, § 2, eerste lid, 2°, 2), van het decreet van het Vlaamse Gewest van 24 januari 1984)
Rolnummer: 8581
Fiscaal recht - Vlaams Gewest - Bescherming van de grondwater tegen verontreiniging - Heffing op de waterverontreiniging - Berekening van het bedrag in functie van de vuilvracht - Hoeveelheid opgenomen grondwater - Forfaitaire berekeningsformules
19/03/2026Prejudiciële vraag
33/2026
Gerechtelijk Wetboek (artikelen 1627, 1628 en 1629, in samenhang gelezen met artikel 184bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)
Geen schending (artikelen 1627, 1628 en 1629 van het Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 184bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, in die zin geïnterpreteerd dat de Belgische Staat ervan is vrijgesteld een aangifte van schuldvordering te doen in het kader van de procedure van de evenredige verdeling geregeld bij de artikelen 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek voor de betaling van het veroordelingsrecht bedoeld in de artikelen 142 en volgende van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)
Rolnummer: 8433
Gerechtelijk recht - Uitvoerend beslag - Procedure van de evenredige verdeling - Aangifte van een schuldvordering - Veroordelingsrecht - Vrijstelling - Belgische Staat
19/03/2026Prejudiciële vragen
32/2026
Wet van 21 maart 1991 « betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven » (artikel 3, § 5)
- Schending
- De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord
- De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord
Rolnummer: 8431
Publiek recht - Autonome overheidsbedrijven - Beheerscontract - Vernietigingsbevoegdheid van de Raad van State
19/03/2026Beroep tot vernietiging
31/2026
Wet van 16 mei 2024 « tot wijziging van het Belgisch Scheepvaartwetboek en diverse wetten betreffende de scheepvaartregelgeving » (artikel 30)
Verwerping van het beroep
Rolnummer: 8408
Veiligheid van de Staat - Scheepvaart - Uitoefening van een beroep in een havengebied - Havenarbeiders - Veiligheidsverificaties - Modaliteiten - Machtiging aan de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging (NAMB)
12/03/2026Beroep tot vernietiging
30/2026
Wet van 29 maart 2024 « tot oprichting van de gemeenschappelijke gegevensbank ' Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces ' (' T.E.R. ') en tot wijziging van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, de wet van 30 juli 2018 tot oprichting van lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme en de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt »
1. Vernietiging :
- wet van 29 maart 2024,
a. in zoverre zij niet erin voorziet dat, bij de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot minderjarigen in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R., minstens een personeelslid dient te worden betrokken dat een specifieke opleiding heeft gevolgd en/of beschikt over relevante expertise met betrekking tot de psychosociale situatie van minderjarigen in de context van terrorisme, extremisme en radicalisering;
b. in zoverre zij niet voorziet in de tussenkomst van een onafhankelijke magistraat bij de opname van persoonsgegevens met betrekking tot minderjarigen van minder dan veertien jaar in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R.;
c. in zoverre zij het recht op toegang tot de gegevens van de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R. met betrekking tot de minderjarige kinderen van een « foreign terrorist fighter » die in een jihadistisch conflictgebied verblijft of heeft verbleven, na de terugkeer van die kinderen naar België, niet beperkt tot de diensten die bevoegd zijn voor de opvolging en de bescherming van die kinderen, in het bijzonder de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming;
- artikel 4 van dezelfde wet,
a. in zoverre het niet erin voorziet dat, wanneer, enerzijds, de bescherming van het recht van de betrokkene op een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen het besluit tot beëindiging van het controleproces dat vereist en, anderzijds, de in het geding zijnde doelstellingen van algemeen belang zich daar niet tegen verzetten, de informatie aan de betrokkene ruimer kan zijn dan de in artikel 146, tweede lid, van de wet van 30 juli 2018 « betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens » bedoelde informatie;
b. in zoverre het niet erin voorziet dat de betrokken persoon een beroep kan instellen bij een rechtscollege met volle rechtsmacht tegen het besluit van het Controleorgaan op de politionele informatie en het Vast Comité I;
2. Verwerping van het beroep voor het overige, onder voorbehoud van de in B.47.5 en B.70.6 vermelde interpretaties en rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.22.5
- wet van 29 maart 2024,
a. in zoverre zij niet erin voorziet dat, bij de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot minderjarigen in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R., minstens een personeelslid dient te worden betrokken dat een specifieke opleiding heeft gevolgd en/of beschikt over relevante expertise met betrekking tot de psychosociale situatie van minderjarigen in de context van terrorisme, extremisme en radicalisering;
b. in zoverre zij niet voorziet in de tussenkomst van een onafhankelijke magistraat bij de opname van persoonsgegevens met betrekking tot minderjarigen van minder dan veertien jaar in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R.;
c. in zoverre zij het recht op toegang tot de gegevens van de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R. met betrekking tot de minderjarige kinderen van een « foreign terrorist fighter » die in een jihadistisch conflictgebied verblijft of heeft verbleven, na de terugkeer van die kinderen naar België, niet beperkt tot de diensten die bevoegd zijn voor de opvolging en de bescherming van die kinderen, in het bijzonder de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming;
- artikel 4 van dezelfde wet,
a. in zoverre het niet erin voorziet dat, wanneer, enerzijds, de bescherming van het recht van de betrokkene op een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen het besluit tot beëindiging van het controleproces dat vereist en, anderzijds, de in het geding zijnde doelstellingen van algemeen belang zich daar niet tegen verzetten, de informatie aan de betrokkene ruimer kan zijn dan de in artikel 146, tweede lid, van de wet van 30 juli 2018 « betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens » bedoelde informatie;
b. in zoverre het niet erin voorziet dat de betrokken persoon een beroep kan instellen bij een rechtscollege met volle rechtsmacht tegen het besluit van het Controleorgaan op de politionele informatie en het Vast Comité I;
2. Verwerping van het beroep voor het overige, onder voorbehoud van de in B.47.5 en B.70.6 vermelde interpretaties en rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.22.5
Rolnummer: 8349
Staatsveiligheid - Terrorismebestrijding - Gemeenschappelijke gegevensbank "Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces" (T.E.R.) - Verwerking van persoonsgegevens - Modaliteiten
Persbericht
05/03/2026Prejudiciële vraag
29/2026
- Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 12 december 2016 « houdende het tweede deel van de fiscale hervorming » (artikel 27)
- Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 november 2017 « houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » (artikel 6, wijzigingen van artikel 257 van het WIB 1992)
- Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 november 2017 « houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » (artikel 6, wijzigingen van artikel 257 van het WIB 1992)
Geen schending (artikel 27 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 12 december 2016 en artikel 6 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 november 2017, in zoverre zij de mogelijkheid uitsluiten om een kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing te verkrijgen in geval van leegstand of improductiviteit)
Rolnummer: 8589
Fiscaal recht - Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Onroerende voorheffing - Kwijtschelding of vermindering - Onroerend goed met een handelsbestemming - Afschaffing van de proportionele vermindering van de onroerende voorheffing voor leegstand of improductiviteit buiten de wil van de belastingplichtige - Bevoegdheidverdelende regels
05/03/2026Beroep tot vernietiging
28/2026
Wet van 3 juli 1967 « betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector » (artikel 4, § 1, tweede lid)
Vernietiging (artikel 4, § 1, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967, in zoverre het, voor de berekening van hun rente in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid, voorziet in de toepassing van een niet-geïndexeerd maximumbedrag op de geïndexeerde bezoldiging van bepaalde werknemers van de overheidssector)
Rolnummer: 8529
Sociaal recht - Sociale zekerheid - Arbeidsongevallen - Overheidssector - Kleine blijvende arbeidsongeschiktheden - Renten - Berekening - Referentiebezoldigingen - Indexering
05/03/2026Beroep tot vernietiging
27/2026
Programmawet van 18 juli 2025 (artikelen 41 en 43)
Verwerping van het beroep
Rolnummer: 8522
Fiscaal recht - Permanent systeem inzake fiscale regularisatie - Herinvoering
05/03/2026Prejudiciële vraag
26/2026
Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 7 mei 2004 « tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap » (artikel 14)
Schending (artikel 14 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 7 mei 2004, in zoverre het de vergoeding van schade voortvloeiend uit het verlies van een kans, zoals bedoeld in de artikelen 1382, 1383 en 1384 van het oud Burgerlijk Wetboek, buiten beschouwing laat)
Rolnummer: 8497
Sociaal recht - Sociale zekerheid - Vlaamse Gemeenschap - Personen met een handicap - Schade - Vergoeding - Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap - Subrogatierecht - Uitsluiting - Verlies van een kans
05/03/2026Prejudiciële vragen
25/2026
Oud Burgerlijk Wetboek (artikelen 1399, 1400, 1401, 1404, 1405, 1417 en 1432)
- Geen schending (artikelen 1399 tot 1401, 1404, 1405 en 1432 van het oud Burgerlijk Wetboek, rekening houdend met hetgeen in B.10 is vermeld)
- De tweede en de derde prejudiciële vraag behoeven geen antwoord
- De zesde prejudiciële vraag is onontvankelijk
- De tweede en de derde prejudiciële vraag behoeven geen antwoord
- De zesde prejudiciële vraag is onontvankelijk
Rolnummer: 8453
Burgerlijk recht - Wettelijk huwelijksvermogensstelsel - Vereffening - Aandelen van een vennootschap die met eigen gelden zijn gefinancierd - Meerwaarde op aandelen - Vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen