(Belgisch Staatsblad, 23 februari 1984)


Artikel 1

Het bewijs van de voldoende kennis van de tweede landstaal of van het Duits, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof wordt geleverd door het slagen voor een mondeling examen over onderwerpen van algemene aard die verband houden met de bevoegdheden van het Grondwettelijk Hof.

Art. 2

Het in artikel 1 bedoelde mondelinge examen wordt afgelegd voor een examencommissie samengesteld door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de federale Overheid of zijn afgevaardigde.

Het Examen bestaat in een gesprek tijdens hetwelk de leden van de examencommissie de taal spreken, waarvan de voldoende kennis moet worden bewezen, en de kandidaat, naar eigen keuze, de taal van zijn diploma of de taal waarvan de kennis moet worden bewezen gebruikt.

Art. 3

(…)