Op deze pagina vindt u antwoorden op veelgestelde vragen over de opdracht, werking en procedures van het Grondwettelijk Hof.
Het Grondwettelijk Hof waakt over de naleving van de Belgische Grondwet. Het rechtscollege toetst wetten, decreten en ordonnanties aan de Grondwet en controleert de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten.
Er is geen inhoudelijk verschil. Het rechtscollege werd opgericht bij de wet van 28 juni 1983 onder de naam Arbitragehof, maar is in 2007 officieel hernoemd naar het Grondwettelijk Hof om de lading van zijn uitgebreide bevoegdheden beter te dekken.
Een zaak kan worden aangespannen door de ministerraad, de voorzitters van de wetgevende assemblees (parlementen) en door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon (burgers, bedrijven of verenigingen) die een persoonlijk belang kan aantonen.
Een prejudiciele vraag is een tussentijdse vraag van een gewone rechter aan het Grondwettelijk Hof. De rechter vraagt of een specifieke wet, decreet of ordonnantie die in een rechtszaak moet worden toegepast, in strijd is met de Grondwet.
Een beroep tot vernietiging moet in de regel binnen een termijn van zes maanden na de publicatie van de wet, het decreet of de ordonnantie in het Belgisch Staatsblad worden ingediend. Voor instemmingswetten van internationale verdragen geldt zestig dagen.
Ja. Als het Grondwettelijk Hof vaststelt dat een wet, decreet of ordonnantie de Grondwet schendt, wordt deze geheel of gedeeltelijk vernietigd. Een vernietigingsarrest heeft absoluut gezag, waardoor de vernietigde bepaling retroactief uit de rechtsorde verdwijnt.
Het Grondwettelijk Hof bestaat uit twaalf rechters, verdeeld in twee taalgroepen van elk zes Nederlandstalige en zes Franstalige rechters. Binnen elke taalgroep is de helft jurist of magistraat en de andere helft voormalig parlementslid.
Nee, een advocaat is voor een burger niet wettelijk verplicht om een verzoekschrift in te dienen of een procedure te voeren. Vanwege de strikte vormvereisten en de hoge juridische complexiteit van de procedures wordt professionele bijstand wel aangeraden.
De toegang tot het Grondwettelijk Hof is kosteloos en er worden geen rolrechten geheven. Eventuele kosten voor een eigen advocaat of een rechtsplegingsvergoeding bij het verliezen van de zaak moeten wel door de partijen zelf worden gedragen.
Lopende zaken en alle uitgesproken arresten kunnen gratis digitaal worden geraadpleegd via de officiele arrestendatabank op de website van het Grondwettelijk Hof. Zoeken is mogelijk op rolnummer, datum, trefwoord of wetsartikel.
Nee. De arresten van het Grondwettelijk Hof zijn definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of cassatie. Ze hebben gezag ten aanzien van alle rechtscolleges en overheden; enkel in strikt bepaalde gevallen voorziet de wet in een beperkt rechtsmiddel, zoals derdenverzet tegen een vernietigingsarrest.
Het Grondwettelijk Hof toetst wetten, decreten en ordonnanties aan de Grondwet. De Raad van State is de hoogste bestuursrechter en toetst overheidsbeslissingen en reglementen, niet de wetten zelf. Het Hof van Cassatie is de hoogste rechter van de gewone rechtbanken (burgerlijke en strafzaken) en waakt over de juiste toepassing van de wet, zonder wetten aan de Grondwet te toetsen.
Ja. Het Hof toetst wetten, decreten en ordonnanties aan de grondrechten uit titel II van de Grondwet, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod (artikelen 10 en 11) en het recht op onderwijs (artikel 24). Via die artikelen kan het onrechtstreeks ook toetsen aan internationale mensenrechtenverdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Een vernietiging haalt een wet, decreet of ordonnantie geheel of gedeeltelijk en definitief uit de rechtsorde, met terugwerkende kracht. Een schorsing is een voorlopige maatregel: het Hof kan een bepaling tijdelijk buiten werking stellen in afwachting van het arrest ten gronde. Een schorsing is enkel mogelijk in een beroep tot vernietiging, moet uitdrukkelijk worden gevraagd en geldt onder strikte voorwaarden.