Het Hof is samengesteld uit twaalf rechters, die voor het leven worden benoemd door de Koning uit een lijst met twee kandidaten, beurtelings voorgedragen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat met een meerderheid van minstens twee derden van de stemmen van de aanwezige leden.
Zes rechters behoren tot de Nederlandse taalgroep, zes tot de Franse taalgroep. Eén van de rechters moet een voldoende kennis hebben van de Duitse taal. Elke taalgroep bestaat op haar beurt uit drie rechters benoemd op grond van hun juridische ervaring (hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit, magistraat bij het Hof van Cassatie of de Raad van State of referendaris bij het Grondwettelijk Hof) en drie rechters benoemd op grond van ten minste vijf jaar ervaring als gewezen parlementslid. Het Hof is samengesteld uit rechters van verschillend geslacht, naar rato van ten minste een derde voor de minst talrijke groep, met dien verstande dat die groep moet zijn vertegenwoordigd in de beide voormelde beroepscategorieën.
Om tot rechter benoemd te kunnen worden, moet men de volle veertig jaar oud zijn. De rechters mogen hun ambt uitoefenen tot de leeftijd van zeventig jaar. Er gelden strenge onverenigbaarheden met andere ambten, functies en beroepsbezigheden. De rechters van de beide taalgroepen kiezen elk een voorzitter. Beide voorzitters treden afwisselend, met ingang van 1 september, op als voorzitter « in functie » voor een termijn van één jaar.
Voor meer informatie, zie de artikelen 31 tot 34, 44 tot 47 en 49 tot 51 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof.
