- Schending (artikel 19, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in die zin geïnterpreteerd dat het vereist dat een verzoekende partij tijdens de gehele duur van de rechtspleging over een actueel belang beschikt, en dat de verzoekende partij die een benoeming bestrijdt, haar belang bij de nietigverklaring noodzakelijk verliest wanneer zij de benoeming niet meer kan ambiëren doordat de geldigheidsduur van de wervingsreserve waarop de benoeming is gebaseerd, in de loop van de procedure verstrijkt, zodat zij enkel nog een beoordeling van de grond van de zaak kan bekomen door in de loop van de procedure een verzoek tot schadevergoeding tot herstel in te dienen)
- Geen schending (dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat de verzoekende partij die een benoeming bestrijdt, haar belang bij de nietigverklaring niet noodzakelijk verliest wanneer zij de benoeming niet langer kan ambiëren, omdat de geldigheidsduur van de wervingsreserve in de loop van de procedure is verstreken)
Trefwoorden
Bestuursrecht - Raad van State - Afdeling bestuursrechtspraak - Rechtspleging - Beroep tot vernietiging - Belang - Actueel belang tijdens de duur van de rechtspleging - Geslaagde van een wervingsreserve