- Schending (de artikelen 127, 130, 479, 480, 482bis en 483 van het Wetboek van strafvordering, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat zij, voor de in artikel 482bis van het Wetboek van strafvordering beoogde daders van samenhangende misdrijven, niet voorzien in een regeling van de rechtspleging of een daarmee vergelijkbare filterprocedure bij het afsluiten van het gerechtelijk onderzoek, in het bijzondere geval dat de strafvordering lastens de houder van het voorrecht van rechtsmacht op dat moment reeds is vervallen door een minnelijke schikking of door een sepotbeslissing van de procureur-generaal)
- Geen schending (dezelfde bepalingen, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat artikel 127 van het Wetboek van strafvordering ook van toepassing is op een gerechtelijk onderzoek dat werd gevoerd door een raadsheer-onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 480 van het Wetboek van strafvordering wanneer na de beschikking tot mededeling maar vóór de aanhangigmaking van de zaak bij de vonnisrechter, door het verval van de strafvordering wegens minnelijke schikking of sepotbeslissing van de procureur-generaal, de samenhang wegvalt tussen de feiten die een houder van het voorrecht van rechtsmacht en andere personen worden verweten)
Trefwoorden
Strafrechtspleging - Rechtsplegingen van bijzondere aard - Voorrecht van rechtsmacht van de magistraten (en van hun mededaders en medeplichtingen) - Ontstentenis van een procedure van regeling van de rechtspleging door een onderzoeksgerecht