1. Prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie
2. Schorsing :
- artikel 11/6, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 23 juni 2013, zoals het werd ingevoegd bij artikel 14 van het decreet van 26 juni 2020, uitsluitend in zoverre het een advocaat die optreedt als intermediair verplicht om een andere intermediair die niet zijn cliënt is te informeren;
- artikel 11/6, § 3, van hetzelfde decreet van 21 juni 2013, zoals het werd ingevoegd bij artikel 14 van hetzelfde decreet van 26 juni 2020, uitsluitend in zoverre het bepaalt dat een advocaat zich niet kan beroepen op het beroepsgeheim wat betreft de verplichting tot periodieke melding van marktklare grensoverschrijdende constructies in de zin van artikel 11/4 van het genoemde decreet van 21 juni 2013;
Beveelt dat de voormelde schorsingen verder uitwerking hebben tot de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de beroepen tot vernietiging die zijn ingeschreven op de rol onder de nummers 7429 en 7443;
3. Verwerping van de vorderingen tot schorsing voor het overige
Trefwoorden
Fiscale transparantie binnen de Europese Unie - Vlaams Gewest - Agressieve grensoverschrijdende fiscale constructies - Meldingsplicht - Intermediairs - Advocaten - Beroepsgeheim