Arrest 63/2020

Datum van uitspraak
07/05/2020
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.063
Rolnummers
7216
Beschikkend gedeelte
- Schending (artikel 38, § 6, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968, in de interpretatie dat er in geval van een beklaagde die in de periode waarin die versie van artikel 38, § 6, eerste lid, van toepassing was, één van de in die bepaling bedoelde overtredingen begaat, sprake is van herhaling wanneer die overtreding wordt begaan binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarbij de beklaagde werd veroordeeld voor één van de in dat artikel vermelde overtredingen) - Geen schending (artikel 38, § 6, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968, in interpretatie dat er in geval van een beklaagde die in de periode waarin die versie van artikel 38, § 6, eerste lid, van toepassing was, één van de in die bepaling bedoelde overtredingen begaat, sprake is van herhaling wanneer de beklaagde voor die overtreding wordt veroordeeld binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarbij de beklaagde werd veroordeeld voor één van de in dat artikel vermelde overtredingen)
Trefwoorden
Strafrecht - Politie over het wegverkeer - Verkeersmisdrijven - Verval van het recht tot sturen - Herhaling - Wijziging van de norm - Opeenvolging van normen - Toepassing van de meest gunstige norm
Lees het arrest (PDF)