Arrest 80/2020

Datum van uitspraak
04/06/2020
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.080
Rolnummers
6737, 6739
Beschikkend gedeelte
1. - Schending (artikel 4, § 2, tweede lid, 4°, van de wet van 19 maart 2017, indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het geen betrekking heeft op de vordering inzake de toelating tot de collectieve schuldenregeling ingeleid bij het arbeidshof); - Geen schending (dezelfde bepaling, indien zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat ze ook betrekking heeft op de vordering inzake de toelating tot de collectieve schuldenregeling ingeleid bij het arbeidshof) 2. Het tweede onderdeel van de eerste prejudiciële vraag en de tweede prejudiciële vraag in de zaak nr. 6737 behoeven geen antwoord. 3. Schending (artikel 4, § 2, tweede lid, 4°, van de wet van 19 maart 2017, in zoverre het niet voorziet in een vrijstelling van de bijdrage aan het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand voor een persoon die is toegelaten tot een collectieve schuldenregeling en in het kader van die regeling hoger beroep instelt tegen een beslissing van de arbeidsrechtbank die geen betrekking heeft op de toelating tot de collectieve schuldenregeling bedoeld in artikel 1675/4 van het Gerechtelijk Wetboek)
Trefwoorden
Gerechtelijk recht - Juridische bijstand - Financiering - Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand - Verplichte bijdrage - Vrijstelling - Collectieve schuldenregeling
Lees het arrest (PDF)