- Geen schending (artikel 283 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, in die zin geïnterpreteerd dat het de strafrechter de verplichting oplegt om uitspraak te doen over de vordering tot betaling van de ontdoken rechten in het geval waarin de strafvordering wegens overtreding, fraude of misdrijf, bedoeld in de artikelen 281 en 282 van dezelfe wet, vanaf de datum van het op gang brengen ervan vervalt door de werking van de verjaring ten aanzien van bepaalde beklaagden, terwijl bij die strafrechter op regelmatige wijze de strafvordering aanhangig is gemaakt die, op het ogenblik van het op gang brengen ervan, niet was verjaard ten aanzien van andere beklaagden in de strafprocedure met betrekking tot dezelfde zaak)
- De prejudiciële vraag in de zaak nr. 7346 behoeft geen antwoord
Trefwoorden
Strafrecht - Bijzonder strafrecht - Douane en accijnzen - Misdrijven - Ontduiken van accijnzen - 1. Bevoegdheid van de strafrechter om zich uit te spreken over de burgerlijke vordering - 2. Beoordelingsvrijheid van de strafrechter