Arrest 144/2021

Datum van uitspraak
14/10/2021
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.144
Rolnummers
7568
Beschikkend gedeelte
- Schending (artikel 100, eerste lid, 1°, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, in die zin geïnterpreteerd dat de verjaringstermijn van vijf jaar, waarmee het slachtoffer van schade die is veroorzaakt door een in die bepaling bedoelde overheid, rekening dient te houden wanneer het een schadevergoeding wenst te vorderen van die overheid, ingaat op de eerste januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan de schuldvordering tot schadevergoeding is ontstaan, zelfs wanneer het slachtoffer pas meer dan vier jaar na die dag op de hoogte wordt gebracht van de identiteit van de voor die schade aansprakelijke persoon) - Geen schending (dezelfde wetsbepaling, in die zin geïnterpreteerd dat die verjaringstermijn van vijf jaar pas ingaat op de eerste januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan het slachtoffer op de hoogte wordt gebracht van de identiteit van de voor die schade aansprakelijke persoon) - Geen schending
Trefwoorden
Openbare financiën - Rijkscomptabiliteit - Schuldvorderingen ten laste van de federale Staat - Vordering tot schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid - Verjaringstermijn - Aanvangspunt
Lees het arrest (PDF)