Geen schending (artikel 219, zevende lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het werd vervangen bij artikel 30 van de programmawet van 19 december 2014, in zoverre de niet-toepassing van de afzonderlijke aanslag niet geldt in de gevallen waarin de verkrijger van het voordeel van alle aard buiten de termijn van 2 jaar en 6 maanden op een ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd en niet binnen de wettelijke aanslagtermijnen aan het geëigende belastingstelsel werd onderworpen, hoewel daartoe nog de mogelijkheid bestond)
Trefwoorden
Fiscaal recht - Inkomstenbelastingen - Vennootschapsbelasting - Berekening van de belasting - Afzonderlijke aanslagen - Geheime commissielonen - Aanslag