- Geen schending (artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing was in de loop van het aanslagjaar 2000, in zoverre het het voordeel van een belasting tegen de afzonderlijke aanslagvoet voorbehoudt aan de belastingplichtigen die baten verkrijgen bedoeld in artikel 23, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, die betrekking hebben op diensten die zijn geleverd gedurende een periode van meer dan twaalf maanden en waarvan het bedrag, door toedoen van de overheid, niet is betaald in de loop van het jaar van de prestaties, maar in eenmaal is vergoed, terwijl het van die afzonderlijke aanslagvoet de belastingplichtigen uitsluit die dergelijke baten verkrijgen met betrekking tot diensten die zijn geleverd gedurende een periode van niet meer dan twaalf maanden)
- Geen schending (artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing was in de loop van het aanslagjaar 2000, zo geïnterpreteerd dat de belastingplichtigen die aanspraak maken op het voordeel van een belasting tegen de afzonderlijke aanslagvoet de duur, van meer dan twaalf maanden, van de prestaties waarop dergelijke baten betrekking hebben, moeten aantonen)
Trefwoorden
Fiscaal recht - Inkomstenbelastingen - Personenbelasting - Berekening van de belasting - Bijzondere belastingstelsels - Afzonderlijke aanslagen - Baten die betrekking hebben op gedurende een periode van meer dan twaalf maanden geleverde diensten, die door toedoen van de overheid niet zijn betaald in het jaar van de prestaties en die in eenmaal zijn vergoed - Laattijdig door de overheid aan de advocaten betaalde vergoedingen van juridische bijstand - Wijze van bewijs van prestaties