1. Geen schending (artikel 186, § 1, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek, geïnterpreteerd in die zin dat het enkel van toepassing is op een zaakverdelingsreglement waarbij één enkele afdeling exclusief bevoegd wordt gemaakt voor bepaalde categorieën van zaken, en niet twee of drie afdelingen binnen een zeer groot gerechtelijk arrondissement)
2. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord
Trefwoorden
Gerechtelijk recht - Ondernemingsrechtbank - Vaststelling van het zaakverdelingsreglement - Centralisatie bij één enkele afdeling van de exclusieve bevoegdheid om kennis te nemen van een categorie van zaken