Schending (artikel 2262bis, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, in zoverre het tot gevolg kan hebben dat, in geval van veinzing, de verjaringstermijn die van toepassing is op de vorderingen tot nietigverklaring die zijn gericht tegen de tegenbrief, verstrijkt vooraleer de belanghebbende derde kennis van het bestaan ervan heeft of redelijkerwijze kennis ervan kon hebben)
Trefwoorden
Burgerlijk recht - Verjaringstermijn - Aanvang - Persoonlijke rechtsvorderingen - Vorderingen op grond van een onrechtmatige daad