Arrest 3/2024

Datum van uitspraak
11/01/2024
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.003
Rolnummers
7481, 7510, 7511, 7521
Beschikkend gedeelte
- Vernietiging (artikel 9/2, § 6, eerste lid, 1°, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 26 juli 2013 « houdende omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG », zoals ingevoegd bij artikel 6 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 29 oktober 2020, in zoverre het een advocaat die optreedt als intermediair verplicht om een andere intermediair die niet zijn cliënt is te informeren) - Vernietiging (artikel 9/2, § 6, vijfde lid, van dezelfde ordonnantie van 26 juli 2013, zoals ingevoegd bij artikel 6 van dezelfde ordonnantie van 29 oktober 2020, in zoverre het bepaalt dat een intermediair die is gehouden aan een strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim, zich niet kan beroepen op dat beroepsgeheim ten aanzien van de verplichting tot periodieke melding van marktklare constructies in de zin van artikel 9/2, § 2, van de genoemde ordonnantie van 26 juli 2013) - Uitspraak aangehouden over de grieven die zijn vermeld in B.8.1, B.9.1, B.10.1, B.11.1, B.22.2, B.31 en B.32.1, in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vragen die zijn gesteld bij het arrest nr. 103/2022 van 15 september 2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.103)
Trefwoorden
Fiscale transparantie binnen de Europese Unie - Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Agressieve grensoverschrijdende fiscale constructies - Meldingsplicht - Intermediairs - Advocaten - Beroepsgeheim
Lees het arrest (PDF)