Schending (artikel 3.62, § 2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre die bepaling de nabuur die de eigenaar ervan op de hoogte heeft gebracht dat de geplande of lopende werken van die laatste onrechtmatig zijn wegens grensoverschrijding, verhindert om binnen een redelijke termijn de verwijdering van het inherente overschrijdende element te eisen wanneer de inname op zijn eigendom, door de eigenaar die te kwader trouw de werken heeft verdergezet, niet omvangrijk is en er geen potentiële schade is in zijn hoofde)
Trefwoorden
Burgerlijk recht - Onroerende eigendom - Grensoverschrijding - Grensoverschrijding te kwader trouw - Verwijdering van het overschrijdende inherente bestanddeel - Voorwaarden