1. - Geen schending (artikel 2.3.14 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het niet van toepassing is op de wettelijk samenwonenden)
- Schending (ontstentenis van een wetsbepaling die erin voorziet dat wettelijk samenwonenden die een goed dat tot gezinswoning dient in onverdeeldheid hebben verworven, na de beëindiging van de wettelijke samenwoning kunnen verzoeken om de preferentiële toewijzing van dat goed)
2. Schending (artikel 2.3.14, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het slachtoffer van een feit van partnergeweld niet het recht kan genieten om zich in principe de gezinswoning te laten toewijzen wanneer het openbaar ministerie gebruikmaakt van de procedure van artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering en wanneer die procedure met succes is afgerond)
Trefwoorden
Burgerlijk recht - Wettelijke samenwoning - Beëindiging - Onroerend goed dat tot gezinswoning dient - Toewijzing bij voorrang - Slachtoffer van een feit van partnergeweld - Strafrechtelijke bemiddeling