Schending (artikel 497/2, 5°, van het oud Burgerlijk Wetboek, in zoverre die bepaling verhindert dat een persoon die handelingsonbekwaam werd verklaard om een vordering tot echtscheiding in te stellen en die zijn wil niet meer te kennen kan geven in de zin van artikel 231 van het oud Burgerlijk Wetboek, een vordering tot echtscheiding kan instellen op grond van een bewezen onherstelbare ontwrichting van het huwelijk overeenkomstig artikel 229, § 1, van het oud Burgerlijk Wetboek, waarbij die persoon wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder, die moet beschikken over een bijzondere machtiging die door de vrederechter krachtens artikel 499/7, § 1, eerste lid, 3°, van het oud Burgerlijk Wetboek werd verleend)
Trefwoorden
Burgerlijk recht - Beschermde personen - Vordering tot echtscheiding op grond van een bewezen onherstelbare ontwrichting - Onmogelijkheid van vertegenwoordiging door de bewindvoerder