- Schending (artikelen 40ter, § 2, tweede lid, 1°, en 42, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980, zoals van toepassing op de voor het verwijzende rechtscollege hangende zaken, in de interpretatie dat de bestaansmiddelen waarover de Belgische gezinshereniger die zijn recht van vrij verkeer niet heeft uitgeoefend, dient te beschikken opdat zijn partner een verblijfsrecht zou kunnen verkrijgen, uitsluitend de persoonlijke bestaansmiddelen van de gezinshereniger dienen te zijn)
- Geen schending (dezelfde bepalingen, in die zin geïnterpreteerd dat de bestaansmiddelen waarover de Belgische gezinshereniger die zijn recht van vrij verkeer niet heeft uitgeoefend, dient te beschikken opdat zijn partner een verblijfsrecht zou kunnen verkrijgen, niet uitsluitend de persoonlijke bestaansmiddelen van de gezinshereniger dienen te zijn)
Trefwoorden
Vreemdelingenrecht - Gezinshereniging - Belg die niet zijn recht van vrij verkeer heeft uitgeoefend - Voorwaarden - Stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen - Persoonlijke bestaansmiddelen van de Belgische gezinshereniger