Arrest 78/2026

Datum van uitspraak
25/06/2026
ECLI
ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.078
Rolnummers
8436
Beschikkend gedeelte
1. Vernietiging (artikel 9 van de wet van 10 maart 2024, in zoverre het artikel 57/37, 4°, in de wet van 15 december 1980 « betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen » invoegt) 2. Vernietiging (artikel 12 van dezelfde wet van 10 maart 2024, in zoverre het artikel 57/40, 5°, in de voormelde wet van 15 december 1980 invoegt) 3. Vernietiging (artikel 15 van de wet van 10 maart 2024, in zoverre het artikel 57/43, § 1, in de voormelde wet van 15 december 1980 invoegt, doordat het enkel voorziet in de loutere mogelijkheid om de aanvrager van een toelating tot verblijf wegens staatloosheid te horen) 4. Vernietiging (artikel 17 van de wet van 10 maart 2024, in zoverre het artikel 57/45 in de voormelde wet van 15 december 1980 invoegt, doordat het niet erin voorziet dat het vijfjarige verblijfsrecht een aanvang neemt op het ogenblik dat de rechterlijke beslissing tot erkenning van de status van staatloze, genomen op grond van artikel 572bis, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, in kracht van gewijsde is getreden) 5. Vernietiging (wet van 10 maart 2024 in zoverre zij niet erin voorziet dat aan de vreemdeling die een aanvraag om toelating tot verblijf als staatloze heeft ingediend een bewijs van de indiening van de aanvraag wordt afgegeven en in zoverre zij hem evenmin waarborgt dat tijdens de procedure geen maatregel tot verwijdering van het grondgebied of tot terugdrijving, behoudens om redenen van nationale veiligheid of openbare orde, gedwongen kan worden uitgevoerd) 6. Verwerping van het beroep voor het overige, rekening houdend met hetgeen in B.11.2.2 is vermeld
Trefwoorden
Vreemdelingenrecht - Toelating tot verblijf wegens staatloosheid - Aanvraag - Procedure - Beëindiging van het verblijf - Voorwaarden
Lees het arrest (PDF)